Typisch Kempen? Hier ontdek je het.

Carnaval in Herenthout

Zet niet de ware carnavalvierder het masker af dat hij het hele jaar door op heeft?

Nergens in wetenschappelijke werken associeert men carnaval met volkstoneel. Nergens spreekt men van een spontaan ontstaan, veroorzaakt door één enkele volksfiguur.
“Vastenavond februari van het jaar 1882: Flor Hoegaerts had de avond tevoren toneel gespeeld; in plaats van zijn toneelkleren terug in te leveren trok hij ermee de straat op, vergezeld van familie en kennissen. Hij werd op een witte hengst gezet en trok met het gezelschap het marktplein rond. ‘s Avonds, bij het drinken van borrels, werden plannen gesmeed: met volgende vastenavond zouden ze dat opnieuw doen.”(naar een ooggetuigensverslag opgetekend door R. Bossaerts in 1949).
Hier begint de prehistorie van de Herenthoutse Stoet, die bij gebrek aan geschreven documenten, zal duren tot 9 januari 1893, datum van het verslag van de gemeenteraad, die “op vraag van een groot getal inwoners dezer gemeente”, een toelage goedkeurde ten voordele van een “inrichtingscomiteit samengesteld uit treffelijke en aanzienlijke burgers ten einde om met vastenavond eenen historische stoet te kunnen inrichten.”

Herenthout bekleedt een unieke plaats in het carnavalsmidden, zowel op het vlak van authenticiteit als van originaliteit. In verscheidene deskundige werken wordt aan Herenthout een speciale dimensie toegekend. In “Alaaf” (ed. Het Spectrum 1984) van Theo Fransen (hoger vernoemd) en Gerrit Gommans wordt Herenthout als volgt belicht:
“Een plaats, die in het Kempische land een speciale vermelding verdient, is Herenthout met een in 1893 ge-starte en - afgezien van de oorlogen - nooit onderbroken serie van optochten. De eerste stoet werd aange-kondigd als een “Luisterijke, geschiedkundige en vermakelijke vastenavondstoet”. Het is een optocht waar de deelnemers zeer actief zijn en de kijkers worden meegesleurd in het dolle gebeuren. Opmerkelijk en geen geringe verdienste is het dat de stoet geheel bestaat uit plaatselijke wagens en groepen: er wordt geen leen-tjebuur gespeeld, laat staan wagens gekocht. Hulde, elfmaal Hulde!
Veel jonger dan de optocht is het Prinsengebeuren. De eerste Prins binnen de orde van Peer Stoet dateert pas (!) van 1950. Voor België zeer, zeer vroeg.”

Op basis van een uitgebreid en goed bewaard archief werd in 1978 een volkskundige discussie gevoerd op het hoogste niveau. Dit heeft geleid tot een ministerieel schrijven van mevr. R. De Backer-Van Ocken, destijds minister van Nederlandse Cultuur, gericht aan toenmalig burgemeester Vercammen: “om mijn waardering uit te drukken voor het opzet van uw gemeente en in de discussie omtrent het oudste carnaval van België de eer toe te kennen aan uw gemeente. Hierbij wil ik carnavalesk aan toevoegen: tot het tegendeel wordt bewezen.”

Bekijk tentoonstelling
Delen Facebook Twitter Delicious Send to a friend